Quand Les Zoziaux
De vraag
In ZWERM nam de Stad Gent de buurtactivering op zich, samen met lokale buurtgroepen. De Mussen van Hasselt deed ik daarna vrijwel alleen, sociale activering inbegrepen, en dat was uitputtend: ik probeerde te veel met te weinig middelen, zonder ervaring in buurtwerk. De vraag hier was omgekeerd: wat gebeurt er als je de interventie in handen geeft van mensen die dat vak wel beheersen? Hoe eigenen ervaren socioculturele werkers zich zo’n installatie toe, en wat maken ze er dan van?
Wat we maakten
Cultuur Schaarbeek trok het project. Zij structureerden de buurtnetwerken, elk met een netwerkcoördinator en vier campagnecoördinatoren, zij zochten de deelnemers via hun eigen netwerk, de lokale pers, affiches en postkaarten, en zij zorgden voor de sociale activering week na week. In co-constructieworkshops bouwden bewoners uit de verschillende netwerken de mussen zelf mee op, met acetonlassen, solderen, boutverbindingen en lijmpistolen.
Het spel liep in meerdere talen tegelijk. In Schaarbeek is dat geen detail: ongeveer tachtig procent van de inwoners heeft buitenlandse wortels, en het culturele leven is er verdeeld over een Nederlandstalige en een Franstalige dienst. Fluiten vraagt geen woorden.
Mijn aandeel was het materiaal en de begeleiding ervan: vijf fluitende mussen, waarvan er vier de straat in gingen, en het online platform dat de fluitsignalen per netwerk bijhield met een scoregrafiek, een kaart en een activiteitenmonitor. Ten opzichte van eerdere versies verstevigde ik de mussen en breidde ik het platform uit. Ik gaf de co-constructieworkshops, en hield me verder bewust op de achtergrond.
Enkele weken voor de start werd Brussel getroffen door de aanslagen van maart 2016. De gemeenteraad en de politie vroegen om het project af te blazen. De organisatoren hielden voet bij stuk: juist nu was zoiets nodig.
Wat het opleverde
Het platform registreerde 194.000 fluitsignalen, gemiddeld 6.928 per dag. In 2017 kreeg het project de publieksprijs van de Matexi Award, een prijs voor initiatieven die een buurt samenbrengen.
Belangrijker dan het aantal is wat eromheen ontstond. Cultuur Schaarbeek voegde spelonderdelen toe die ik zelf nooit had bedacht: een wisselbeker die elke week naar het best presterende netwerk ging, gouden en bronzen vogeltrofeeën, wekelijkse campagnethema’s (ontmoeten, samenleven, feesten, elkaar helpen) en een certificaat voor de warmste buurt, uitgereikt aan het netwerk met de mooiste acties. Dat certificaat verschoof het spel van fluiten naar buurtopbouw. Als hoofdprijs: een buurtfeest.
En de bewoners bouwden er zelf op verder:
- ze maakten de mussen persoonlijk met slingers, vogelhuisjes en versieringen
- ze promootten het fluiten met affiches, stencils en tape-letters op schuttingen
- scholen namen de mus op in de les: scores analyseren in de wiskundeles, fluitlessen in de muziekles
- leerlingen leerden vectortekenen en lieten hun eigen vogelvormen lasersnijden in een FabLab
- een ingenieur bouwde een mobiele mus op een karretje met batterij en wifi-router, om buurten te bereiken waar geen mus stond
- en er kwam van alles bij dat niets met techniek te maken had: soep, pannenkoeken, Marokkaanse thee, een repair café, straatspelen, straatpoëzie, mostekeningen op gevels, wensballonnen, een minitheater, een dansnummer, een radio-uitzending
Voor mijn doctoraat is dit het sluitstuk. De interventie was niet langer de inhoud, maar de aanleiding: een aanleiding die stevig genoeg was om er een buurt aan op te hangen. Meer daarover op de onderzoekspagina.